Home

Copyright  ©natuurtuin.eu  ©bijentuin.eu.   For information mail to: info@natuurtuin.eu

natuurvijver wildbloemenweide beplanting beheer
Home

De aalscholver blijkt in korte tijd heel wat vis te kunnen vangen

DE NATUURVIJVER

Water is de bron van het leven.

Water vormt de biotoop van zo'n duizend verschillende organismen en is onmisbaar als drinkgelegenheid, voortplanting van amfibieën en baddergelegenheid voor vogels.  

Water geeft het de tuin een bredere verscheidenheid aan biotopen: Water met waterpanten, eventueel moeras en oevervegetatie. De oever biedt bijvoorbeeld een vestigingsplaats voor de wilg, een struik of boom die honderden insectensoorten herbergt en een van de eerste pollen- en nectarleveranciers in het vroege voorjaar is.  


Water biedt tevens de mogelijkheid voor het houden van vissen.  In een kleine vijver gaat het houden van vissen en succesvolle voortplanting van kikkers en salamanders niet samen, maar de grotere natuurvijver biedt voldoende schuilmogelijkheden tussen de waterplanten voor overlevingskansen van dikkopjes en dergelijke.


Zo is er vervolgens voedselaanbod voor de ijsvogel (rechtsboven in de banner), maar ook de reiger en de aalscholver kunnen een regelmatige of incidentele gast worden van de natuurtuin                                                           





natuurtuin_paddenklem05.MP4

larven van de gewone pad met externe kieuwen,

die spoedig afvallen.

Filmpje met padden die in de paartijd bij gebrek aan voldoende vrouwtjes zich vastklampen aan een in het water gestoken hand

juveniel van gewone pad

Hommel op de gele lis (Iris pseudacorus), een inheemse oeverplant

Kleine vos op de katjes van de wilg.

Hommel op de blauwe lis (Iris japonica), een duidelijke exoot

Katjes van de gagel (Myrica gale), een inheemse struik voor de oever (blad moet nog uitlopen).

Winterbeeld van de lisdodde (Typha ssp) met links een klein knotwilgje.

VISSEN IN DE NATUURVIJVER

Het houden van vissen is eigenlijk alleen voor de wat grotere vijvers weggelegd. Kikkervisjes en dergelijke hebben dan voldoende schuilmogelijkheid tussen de waterplanten om nog overlevingsmogelijkheden te hebben.

Zelf heb ik goede ervaringen met blauwwindes, een oppervlaktevis die voornamelijk insecten eet.

De zilverwinde lijkt een meer voor de hand liggende keuze te zijn voor de natuurvijver omdat dit de natuurlijke vorm (geen selectie) is, echter deze vissen zijn nauwelijks waar te nemen vanwege de donkere rugkleur (de buik is zilverkleurig). Windes houden van zuurstofrijk water (zie hierboven bij’zuurstofplanten’).


Op de foto rechts zwemmen de blauwwindes in een cirkel wachtend om gevoerd te worden. Incidenteel voeren is geen probleem, structureel voeren had ooit een populatie-explosie tot gevolg. Het beste evenwicht is dus een natuurlijk evenwicht.







Hoofdvijver direct na aanleg

Hoofdvijver in hetzelfde jaar van aanleg

Hoofdvijver 1 jaar na aanleg

Hoofdvijver 7 jaar na aanleg

Hoofdvijver 10 jaar na aanleg

DE BASIS VAN DE NATUURVIJVER

De basis van de natuurvijver wordt gevormd door de volgende elementen:

  • Natuurvriendelijke oevers. Dieren moeten kunnen drinken, vogels moeten kunnen badderen, amfibieën moeten gemakkelijk in en uit het water kunnen komen. Dit betekent flauwe overgangen van water naar land. Staat de grondwaterstand voldoende hoog dan  is de uitgegraven vijver het meest ideaal. Tweede keus is vervolgens vijverfolie en bij grotere vijvers een bodemafsluitende laag (bijvoorbeeld bentoniet waarop een zandlaag is aangebracht)
  • Diepte. Diep genoeg maar niet te diep. Bij zeer extreme winters kan de ijsdikte 60cm dik worden; dus minimale diepte ca. 80cm.
  • Grootte. Hoe groter hoe beter. Grotere vijvers zijn door hun grotere watervolume minder onderhevig aan temperatuurschommelingen. De oppervlakte-inhoudrelatie wordt zo ook beter (geeft een gunstigere zuurstofuitwisseling aan het oppervlak).
  • Zonnige locatie. Zuurstofplanten hebben zonlicht nodig voor zuurstofproductie. Is de vijver echter te klein dan kan teveel opwarming van het water gevaarlijk worden voor de organismen.
  • Stilstaand water. Het water heeft tijd nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Door het enten met water uit een gezonde vijver kunnen micro-organismen zoals watervlooien zich ontwikkelen (met de aanvoer van waterplanten zal dit ook gebeuren). Het rondpompen via een fontein of directe aanvoer van regenwater (=’dood water’) is niet verstandig.
  • Zuurstofplanten. Voldoende zuurstofplanten (‘onderwaterplanten’) is essentieel voor een goed evenwicht zodat de vijver helder blijft en niet vol komt te zitten met algen.
  • Water niet te voedselrijk. Het water dient niet te veel voedingsstoffen te bezitten. Uitwerpselen van watervogels en vissen kunnen het water negatief verrijken. Ook rottende waterplanten dragen hieraan bij. Algengroei kan het gevolg zijn.

Ook hier geldt dat een grotere vijver meer buffervermogen heeft dan een kleinere vijver.






De waterlelie is een drijfplant voor stilstaand water.

Bruine kikkers

Groene kikker

Blauwwindes