Home

Copyright  ©natuurtuin.eu  ©bijentuin.eu.   For information mail to: info@natuurtuin.eu

natuurvijver wildbloemenweide beplanting beheer
Home

Wat is natuur eigenlijk (in relatie tot de natuurtuin), welke planteigenschappen zijn belangrijk, wanneer inheemse of uitheemse beplanting (exoten en/of cultivars) toepassen en wat kunnen de gevolgen zijn van exoten (plant en dier) op ecosystemen (de zgn. ‘Columbian Exchange’)

WAT IS NATUUR

Wat is de definitie van natuur in relatie tot de natuurtuin.

Alle planten en dieren die op eigen kracht de tuin weten te bereiken is natuur (*). Dus spontane vestiging van Wilde Bertram is natuur evenals de zaailing van de berk.  Het zorgvuldig gecultiveerde bloemperkje is duidelijk geen natuur. De vlinder die uit een dichtbijgelegen natuurgebied komt aanvliegen is natuur en de uitgezette vissen in de vijver is in deze definitie duidelijk geen natuur.                                                                                  (*)Definitie volgens Dick Vonk, voormalig stadsecoloog van Haarlem                                                                  





Viburnum x bodnantense ‘Dawn’, een eigenaardige kruising en uitheemse winterbloeiende struik (familie van de Gelderse Roos) die ook nog in maart bloeit en daardoor een zeer vroege nectarleverancier is voor hommels.

Wilde Bertram, een inheems kruid, spontaan gevestigd

NATUURWAARDE VERSUS SIERWAARDE

Algemeen heeft inheemse beplanting een hogere natuurwaarde dan uitheemse beplanting en hebben cultivars (selecties van de soort) en uitheemse beplanting meer sierwaarde. Uitzonderingen lijken echter de regel te zijn.


Natuurwaarde.

Als een plant veel insecten en insectensoorten herbergt, een goede nectar- en pollenproducent is en bovendien veel vruchten of zaden produceert voor de fauna bezit de plant een hoge natuurwaarde.

Bekendste voorbeeld is wellicht de Zomereik (Quercus robur). Maar ook de wilg heeft een hoge natuurwaarde doordat de wilg voedsel biedt aan bijna 500 insectensoorten.

  

Sierwaarde

Als een plant veel gekleurde bloemen heeft met frisgroene bladeren en in de herfst felle herfstkleuren met kleurige vruchten, bezit de plant een hoge sierwaarde.

Voor de kleinere tuin bezit een sierappelboompje al veel goede eigenschappen van sierwaarde en natuurwaarde.

 

Inheemse beplanting

De planten die op eigen kracht sinds de laatste ijstijd NW-Europa hebben weten te koloniseren worden inheems genoemd. De planten hebben tijd genoeg gehad zich aan te passen aan de lokale bodem, ecosystemen en weersgesteldheid. Het aantal inheemse planten is echter beperkt (Alle namen passen op een A4-tje).


Uitheemse beplanting

Het aantal ingevoerde planten loopt in de duizenden en de zoektocht naar natuurwaarde én sierwaarde is eindeloos.


Cultivars

De (kleinere) tuin is meestal aangewezen op cultivars (selectie of ent van de soort, herkenbaar aan de derde naam van de Latijnse benoeming). Soms heeft dit een hogere of juist lagere natuurwaarde tot gevolg.


-Bladvorm. Het blad van Alnus glutinosa ‘Laciniata’, een cultivar van de elzenboom, is dieper ingesneden dan de soort maar geeft nauwelijks katjes in het vroege voorjaar en minder insectensoorten.


-Gevuldbloemig. De gevuldbloemige soorten bloeien langer omdat ze niet bestoven (kunnen) worden (de plant ‘wacht’ als het ware op bevruchting). Daardoor zullen geen vruchten of zaden gevormd worden.


-Habitus (vorm). Een bekende sierpeer is Pyrus calleryana ‘Chanticleer’, een zuilvormige boom en daardoor minder ruimte opeisend. Echter de boom produceert veel minder minipeertjes dan de soort.


+Vruchten. Bepaalde cultivars zijn juist geselecteerd (of geënt) voor  betere vruchtafzetting of zaden. Dit voor de sierwaarde (van bijvoorbeeld sierappelbomen) maar dat kan ook zijn voor eigen consumptie (waarbij nog genoeg overblijft voor de dieren). Selectie voor hazelnoten bijvoorbeeld: Coryllus avellana ‘Cosford’ en voor de mispel Mespilus germanica ‘Westerveld’.                                                               





Rechts de katjes in maart aan de Elzenboom, een zaailing. Links een aangeplante cultivar, de Alnus glutinosa ‘Laciniata’, met nauwelijks katjes.

De kersencultivar ‘Prunus Ceracifera ‘Morel’ heeft juist weer een betere vruchtdracht

De gevuldbloemige kers, Prunus avium ‘Plena’, geeft geen kersen

De Amerikaanse bosbes (Vaccinium corymbosum ‘Early Blue’) heeft een zeer fraaie herfstkleur

De Amerikaanse bosbes (Vaccinium corymbosum ‘Early Blue’) geeft heerlijke bosbessen

De bekende meidoorncultivar Crataegus laevigata ‘Paul’s Scarlet’ is gevuldbloemig en draagt daardoor geen vruchten

De meidoorncultivar Crataegus persimilis ‘Splendens’draagt wel vruchten

Links het blad van de gewone Els, Alnus glutinosa, herkenbaar aan de ‘deuk’ aan het uiteinde van het blad. Rechts het blad van een cultivar van de gewone Els, de Alnus glutinosa ‘Laciniata’, met ingesneden bladrand.


Links het blad van een andere cultivar van de gewone Els, de Alnus glutinosa ‘Imperialis’, met nog verder ingesneden bladrand. De boom krijgt daardoor een transparanter karakter, echter Elzenpropjes blijven geheel uit. Rechts de schijnels, Clethra alnifolia. Alleen de bladvorm is enigszins vergelijkbaar. Het is een laatbloeiend struikje (late drachtplant).

PLANTKEUZE

Basisprincipe beplanting voor de natuurtuin :

Nectar- en pollenproducerende planten (naast vruchten / zaden) waarbij de drachtperiodes van de verschillende planten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten (altijd wel ergens bloeiende planten is ook zeer wenselijk in iedere tuin).

Hoofdbloeiperiodes:

  • De meeste inheemse bomen en struiken hebben een bloeiperiode in het voorjaar (april/mei)
  • De wildbloemenweide heeft een bloeipiek in de zomer (juli/augustus)


Exoten/cultivars kunnen de ‘gaten’ in de dracht opvullen. Zo zijn er zelfs winter- en zeer vroege voorjaarbloeiers, bijvoorbeeld  Viburnum x bodnantense ‘Dawn’. Bij extreem zachte winters gaan bijen/hommels toch hun nestkast/hol verlaten op zoek naar voedsel.

In juni is het fantastisch om onder een bloeiende cultivar-hanendoorn (Crataegus x lavallei Carrierei) te staan of in september onder de Chinese bijenboom (Tetradium danillii), waarbij het gonst van de bijen. Hedera (klimop- en struikvorm) is overigens ook een prima drachtplant in september

Bijen vliegen in juni af en aan op de hanendoorn (Crataegus x lavallei Carrierei). De bloeiperiode valt later dan de bloei van de gewone meidoorn.

Een bij op de winterbloeiende mahonia-kruising

(Mahonia x media Winter Sun)

Klimop als struikvorm (Hedera arborescens ssp) is een late nectarleverancier

Adderwortel, spontaan gevestigd, geldt als kwelwaterindicator (grondwater dat omhoog komt)

De urnvormige bloemen van de Amerikaanse bosbes (Vaccinium corymbosum ‘Early Blue’) mijn persoonlijke tuinfavoriet onder de struiken

De sierappelboom (Malus ‘Red Sentinel’) heeft rijke lentebloesem

Vruchten van de Gele kornoelje (Cornus mas) ter grootte van olijven

Bloemen van de Gele kornoelje (Cornus mas), een inheemse struik. De bloemen zijn uitermate klein en staan als eersten rond maart in bloei

De appeltjes van de sierappelboom (Malus ‘Red Sentinel’)

Bessensap drinkend zandoogje op Taxus x media Hicksii

De bloemen van de kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) zijn groenig onopvallend en de bloei in het voorjaar gaat vrijwel ongemerkt voorbij

De vruchten van de kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) zijn echter van ongekende schoonheid (in de vorm van een MiddelEeuwse kardinaalsmuts)

Bloemen van de hulst (Ilex aquifolium), hier de mannelijke bloemen (eenhuizig!)

Bloemen van de hulst (Ilex aquifolium), hier de vrouwelijke bloemen (eenhuizig; binnen 50 m. moet de mannelijke boom staan voor bevruchting)

De nog groene bessen van de hulst (Ilex aquifolium),