Home

Copyright  ©natuurtuin.eu  ©bijentuin.eu.   For information mail to: info@natuurtuin.eu

natuurvijver wildbloemenweide beplanting beheer
Home


SOAY-SCHAPEN

Beheer door begrazing.

Het alternatief voor machinaal maaien is begrazing. Voor mijn natuurtuin heb ik gekozen voor Soay-schapen. Dit ras is een voor de hand liggende keuze voor de grotere natuurtuin of het natuurterrein. De schapen hebben een geïsoleerd leven geleid op enkele eilanden voor de kust van Schotland sinds de Bronstijd 6000 jaar geleden en zijn dus niet doorgefokt op wol en vlees. De wol verliezen ze door natuurlijke rui (dat weer nestmateriaal oplevert voor de vogels). Omdat ze dichter bij de moefflon, het oerschaap, staan kunnen ze nog flinke sprongen maken. Ze zijn echter nogal gebonden aan hun eigen terrein en zullen niet gauw als een springpaard een sprong naar de vrijheid wagen (tenzij ze in het nauw gedreven worden; als ik de schaapherderverhalen mag geloven die met Soay hebben gewerkt zijn ze alleen met bouwhekken van 1,8m hoog op te drijven).


De laatste decennia zijn praktisch alle schapen verdwenen uit het agrarische landschap. Dat is niet zo verwonderlijk als je de opbrengst per schaap relateert aan de grondprijs. Een schaap levert een paar kilo, netto rond de €5,- per jaar, aan wol op. Agrarische grond kost dat ongeveer ook per m2. 1000m2 grond per schaap is al royaal (ook bij Texelaars), dus blijft voornamelijk het aspect van hobby en begrazing overeind.


Door het toepassen van wisselweides (begrazing 3 maanden op de ene helft van het terrein, vervolgens 3 maanden op de andere helft) krijgt de vegetatie de kans om te herstellen en de wildbloemen krijgen de kans om te bloeien.  Het lijkt wel of de planten de  schapen zien aankomen om vervolgens nog snel even te gaan bloeien op korte steel. De wildbloemenweide ziet  er  dus aantrekkelijker uit; geen kniehoge vaak geknakte (omgewaaide) vegetatie maar een keurige wildbloemenweide die laag bij de grond bloeit.


                                                               





Achter het Engelse hek staat een 3m hoge beuken haag van Fagus sylvatica, daarachter een haaggedeelte  die 15 jaar lang niet gesnoeid is geweest. De beuken kunnen  enorme afmetingen bereiken en kapen al het licht weg voor andere planten.

Een maaipad. De spinnewebben duiden op een goed ontwikkeld insectenleven in de wildbloemenweide.

De vingerbalkmaaier; insecten blijven gespaard door het gebruik van de vingerbalkmaaier

BEHEER

Zonder beheer geen goede natuurontwikkeling.

Zou je natuur z’n gang laten gaan dan wordt de tuin al spoedig gekoloniseerd door de pioniergewassen als berk, populier en wilg. Deze bomen hebben een enorme groeikracht; ze kunnen 3m per jaar groeien. In de ondergroei is hooguit plaats voor wat brandnetel en braam, die beide ook flink kunnen woekeren.


Bezonning.

Waar het licht is is het leven. Dat wil je als tuinbezitter voornamelijk op het maaiveld hebben en niet alleen in de boomkruinen waar je toch amper zicht op hebt en waarmee de biodiversiteit beperkt blijft. Een lichte open tuin met ruime zichtlijnen en aan de randen zoomvegetatie ervaart het meest aangenaam en sluit aan bij hoge natuurwaardes; de wildbloemenweide en de natuurvijver hebben veel zon nodig om goed te kunnen functioneren.


Beheermachine

Een belangrijk beheersaspect van de wildbloemenweide is verschraling. Het maaisel dient niet verhakseld te worden, maar in zijn geheel binnen 3 tot 4 dagen (*) afgevoerd te worden. Schralere grond geeft meer soortenrijkdom. Een maaimachine voor de natuurtuin is de vingerbalkmaaier. Deze knipt het gras en wildbloemen aan de onderkant af zonder ze te vermalen en daarmee worden tevens insecten gespaard. Afhankelijk van de grondsoort is 1x of 2x per jaar maaien voldoende. Onder andere worden mieren gespaard; een belangrijke schakel in de ecosystemen (en gunstig voor de groene specht die hiervan leeft). De vingerbalkmaaier is overigens alweer ingehaald door de trommelmaaier, die met klingels onderaan een trommel de vegetatie afsnijdt.

(*) bron: Ger Londo ‘Naar meer natuur in tuin park en landschap’)

                                                               





Enige opwinding ontstaat door het net geplaatste vogelvoederhuisje; er wordt in het voorbijgaan een flinke sprong gemaakt.

Een open schuilhut met natuurlijke uitstraling.

De onderste takken van de amberboom moeten het ontgelden

Baukelien is met 9 jaar de oudste ooi van de kleine kudde .

Eduard, een gecastreerde jonge ram (de jonge rammen zijn van de ooien te onderscheiden door de bredere hoorns)

Grafiek met op de horizontale as ‘soil fertility’ en op de verticale as ‘plant species richness’. Helemaal links zand, helemaal rechts vruchtbare klei, naar boven toe grotere plantendiversiteit. De meeste plantendiversiteit (het hoogste punt op de curve) is bij armere grond dan gemiddeld voedsel-rijke/-arme grond (op geoptimaliseerde tuingrond zullen dus minder wildbloemensoorten groeien dan op de wat schralere gronden             (bron grafiek: ups.edu)